B/Vlog


LOUVRE ABU DHABI

Kunst uit Zeist in Abu Dhabi           Kunst uit Zeist voor Cy Twombly

Op 9 november 2017 opende Franse president Emmanuel Macron een “dependance” van het Parijse Louvre in Abu Dhabi.

Een spierwit gebouw, met een stalen koepel in een lege zandvlakte aan een knalblauwe zee (kosten ca. € 100 miljoen).

Met de koepel van architect Jean Nouvel als misschien wel het belangrijkste kunstwerk van het museum (doorsnede 180 meter en een gewicht van een hele Eiffeltoren: acht lagen constructie over elkaar heen). De koepel bestaat uit stalen vlakken in typisch Arabische geometrische motieven en laten lichtstralen door.

Het lijkt of de zon door de palmtakken sijpelt in een nederzetting, een kashba, in de oase (Al Ain, ca. 150 km van Abu Dhabi). Het lijkt op een binnenplaats van de oorspronkelijke huizen in de regio met een waterbron en boom. Binnen en buiten gaan in elkaar over. Sommige ruimtes tussen de verschillende delen van het museum bevinden zich in de open lucht, beschermd tegen de zon en de enkele regendruppel op jaarbasis, die valt door de koepel. Onder de koepel bevinden zich in totaal 55 gebouwen, waarin de pijlers van de draagconstructie verwerkt zijn.

Dit gebouw van Jean Nouvel past in de cultuur, het klimaat en de geschiedenis van de plek waar het staat. Je voelt en ruikt de omgeving.

De ‘palm’boom is er in brons, zoekend naar licht, van de Italiaanse beeldhouwer Giuseppe Penone, wiens werk nu te zien is in de jubileumtentoonstelling van Museum de Pont in Tilburg.

De collectie is nu opgebouwd uit in totaal 625 objecten waarvan 300 werken van 17 Franse musea, die werden uitgeleend aan dit nieuwe museum = 70% van de collectie op dit moment.

De andere 30% is gefinancieerd uit de ca. € 40 miljoen van de afgelopen paar jaar (ca. € 40 milj/per jaar is het budget van de aankoopcommissie voor de opbouw van de eigen collectie van het museum).

Ter vergelijking: het Rijksmuseum beschikt jaarlijks tussen de 2 à 3 miljoen voor aankopen en kan daarbij aanspraak maken bij speciale aankopen op gelden bij het Rijk en particuliere fondsen zoals Vereniging Rembrandt en crowdfunding.

15 jaar lang zullen 17 Franse nationale musea en instellingen kunstwerken blijven uitlenen aan dit nieuwe museum en 30 jaar lang mag ‘het eerste universele museum van de Arabische wereld’ de naam van het Louvre blijven gebruiken (weliswaar tegen de ‘kleine’ vergoeding van zo’n € 500 miljoen).

Waar de Zonnekoning van Frankrijk, Lodewijk XIV, in de 17e eeuw kunst toegankelijk maakte voor het volk, is nu de emir van Abu Dhabi, de  Zonnekoning anno 2017, die dat doet voor dit deel van de wereld. Er zijn alleen een aantal hobbels te nemen:

  • Voor het museum: vandaar de ‘hulp’ van Frankrijk aan VAE. Denk alleen al aan voorwaarden en eisen om een bepaald object te conserveren en tentoon te stellen: luchtvochtigheid, licht, klimaat, depot etc. Daar was geen kennis van.
  • Voor het publiek: hoe leg je al dat moois uit aan een grotendeels niet-westers publiek dat van huis uit niet bekend is met termen als Verlichting, Art Nouveau of Griekse mythologie?
  • Kunstdiscours ontbreekt, opleiding tot museologie komt nu langzaam op gang door studenten plekken aan te bieden in Frankrijk, kunstacademie staat in de kinderschoenen, kunstenaars/artistieke vrijheid nog zoekende etc.

Kernvraag die dan oprijst is: Waarom een museum van dergelijke omvang in de VAE?

Antwoord: Abu Dhabi (1 van 7 staten van de VAE) wil net als andere olielanden de basis van zijn economie verbreden vanwege de compensatie van inkomstenderving uit olievoorraden. Het stimuleren van toerisme is één van de speerpunten.

Vandaar de slordige een miljoen euro die het Louvre Abu Dhabi heeft gekost en het geld dat vrijgemaakt wordt voor de toekomstige buur van het museum: Guggenheim Abu Dhabi en nog een aantal culturele instellingen, zoals het Zayed National Museum en het Performing Arts Centre.

Gevolg: het werkt als soft politics: kleinere landen als de VAE moeten het niet hebben van hun militaire slagkracht, maar van hun vrienden.

Wat is er te zien?

Het emiraat Abu Dhabi ligt op een plek, tussen drie continenten in, waar veel handelsroutes liepen. Deze context speelt een grote rol bij de collectieopbouw. Gekeken is naar paralellen en dwarsverbanden tussen cultureel erfgoed, die uit alle windstreken en tijdsvakken overal ter wereld mensen op een bepaald moment een bepaald materiaal met vormgeving van hun leefomgeving hebben verrijkt.

Encyclopedisch tentoongesteld van Oude Kunst tot Moderne kunst: van de laat-Ottomaanse kunstenaar Osman Hamdi Bey tot aan Mondriaan, Gaugain, Manet en recente doeken van de Amerikaanse kunstenaar Cy Twombly, maar ook gebruiksvoorwerpen als porselein, zilver, meubels, en bijv. antieke wapens.


Machinespektakel. Jean Tinguely

Het Stedelijk Museum Amsterdam is een museum voor moderne en hedendaagse kunst en vormgeving, opgericht in 1874. Het oorspronkelijke, bakstenen, neo-renaissancegebouw is ontworpen door stadsarchitect van Amsterdam Adriaan Willem Weissman. Bijnamen: het ‘Suasso-museum’, ‘Sandbergvleugel’ en ‘Badkuip’.

In de collectie zijn vrijwel alle belangrijke stromingen van de 20e en 21e  eeuw vertegenwoordigd. Dit geldt zowel voor kunst als vormgeving. Zwaartepunten vormen De Stijl, het Bauhaus, CoBrA, popart, maar ook het oudere neo-impressionisme.

Willem Sandberg (1897– 1984) vormgever, ontwerper en typograaf was van 1945 tot 1963 directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam (hier werkzaam vanaf 1938).

Onder zijn leiding ontwikkelde het Stedelijk zich tot een internationaal vermaard centrum voor moderne kunst. Hij voerde - net als het Museum of Modern Art in New York - een verzamel- en tentoonstellingsbeleid waarin ook industriële vormgeving, fotografie en grafische vormgeving aan bod kwamen.

De Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely is geboren 22 mei 1925 in Fribourg, overleden in 30 augustus 1991 in Bern (66).

Groeide op in Bazel, Zwitserland. Een opstandig kind, dat mee wilde vechten met de Albanezen bij de verovering van de Italiaanse fascistische dictator Benito Mussolini in 1939. Tinguely was toen pas 14 jaar oud.

Na een kort uitstapje naar het communistische Rusland volgt hij een opleiding aan de kunstnijverheidsschool in Basel. In ca. 1950 vertrekt hij naar Parijs en sluit contact met de anarchisten (= erkennen geen enkel gezag).

Te zien zijn de vroege draadsculpturen en reliëfs, waarmee Tinguely de abstracte schilderijen van kunstenaars als Malevich, Miró en Klee nabootst en verandert door ze in beweging te zetten; helemaal nieuw in jaren ’50 waren de kunstvoorwerpen die konden bewegen: kinetische kunst (de Méta-machines).

In het overzicht van de tentoonstelling zien we de ontwikkeling daaropvolgend van de interactieve tekenmachines (do-it-yourself) en wild dansende installaties van schroot, afval en gebruikte kledingstukken naar strakke, militaristisch aandoende zwarte sculpturen tot en met de self-destructiv machines en de grote multimediale installaties uit de jaren ’80 zijn te zien in dit retrospectief.

Rode draad is de voorliefde voor absurd spel en Tinguely’s fascinatie voor destructie en vergankelijkheid in alle schakeringen van vrolijk/licht en destructiv/donker.

Hij was conceptueel kunstenaar, een performer, een architect, een ontwerper van grote explosies, hij organiseerde exposities, was tentoonstellingsmaker, schreef en tekende fervent.

De naam Nouveaux Réalistes is bedacht door de criticus Pierre Restany voor een groep kunstenaars, die in Parijs werkzaam waren (o.m. Tinguely en De Saint Phalle). De criticus heeft een grote rol gespeeld in de aaneensluiting in 1960.

Deze kunstenaars gebruikten alledaagse producten uit de eigentijdse maatschappij (vooral afvalproducten). Het nouveau réalisme wordt vaak gezien als een Franse vorm van Pop art. Humor en zin voor esthetiek maken onderdeel uit van een groot aantal werken. Net als (andere) popkunstenaars hechtte zij weinig waarde aan uniciteit, vakmanschapen en eeuwigheidswaarde.

De beweging werd opgeheven in Milaan in 1970.

Kunstenaars die Tinguely inspireerden:

Het zwarte vierkant is volgens Kazimir Malevich ‘tegelijk alles en niets, een nieuw nul- en beginpunt in de kunst’, maar ook: ‘de absolute creatie’.

Een andere kunstenaar was Wassily Kandinsky: naar hem werd de Méta-Kandinsky uit 1956 vernoemd. Waar Kandinsky stopt, gaat Tinguely verder met beweging.

De mobiles van Alexander Calder: “Calder heeft me de echte beweging laten zien. Hij was de maker van de eerste Mobiles. Hij had de deur al geopend, hij was de pionier.”

Tinguely’s werk is een afzetten tegen de witte ruimte, tegen de steriliteit van een museum. Hij wil lelijkheid maken, machines die over machines gaan, die spektakel brengen. Ze zijn filosofisch, zelfbewegend, mensen boos makend of in problemen brengend.

Vanaf 1960 woonde en werkte hij met Niki de Saint Phalle (1930-2002) met wie hij in 1971 trouwde en later ook weer gescheiden. Het stel werd de Bonnie & Clyde van de kunst genoemd; niet alleen collega-kunstenaars maar ook geliefden. Beiden groeiden in de 2e helft van de 20e eeuw uit tot iconen van de moderne kunst. Ze maakten vele kunstwerken gezamenlijk (Strawinsky Fontein, Cyclop, HON-Cathedrale).

Op 30 augustus 1991 overlijdt Tinguely in Bern. Veel van zijn kinetische kunst volgde in een optocht de baar conform zijn laatste wens.

Zijn werk is permanent te zien in een vaste collectie: Museum Tinguely, Bazel ontworpen in een oude glasfabriek door Mario Botta.

*******

Filmpjes op YouTube:

Trailer Stedelijk Museum

Kleine bewegende objecten:

Vlog van een bezoeker